Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan… en hij brengt ons niet alleen Sint Nicolaas, maar ook heel veel voorpret. Hulppieten zorgen voor leuke cadeautjes – bijvoorbeeld van Druk & Vorm – en bij die cadeautjes horen natuurlijk sinterklaasgedichten. Help?
Welnee! Zo moeilijk is het schrijven van een sinterklaasgedicht nou ook weer niet. Houd onze tips erbij en het komt vast in orde.
Ideeën verzamelen
Ga er om te beginnen eens rustig voor zitten. Blocnote en pen of je laptop erbij, wat jij het prettigst vindt. Schrijf vervolgens op wat je wil vertellen in je gedicht. Dat mag in zinnen of in steekwoorden. Is er afgelopen jaar iets geks gebeurd waar je je partner mee wil plagen? Heeft je beste vriendin een heel aparte hobby? Lust je zoon alleen maar diksap?
Noteer wat er in je hoofd opkomt. Je hoeft het niet allemaal in je gedicht te gebruiken, maar het brengt je op ideeën.
Rijm
Kies daarna je rijmschema. Daar is niks ingewikkelds aan. Veel sinterklaasgedichten zijn geschreven in aa bb cc dd. Dat wil zeggen dat regel 1 en 2 op elkaar rijmen, regel 3 en 4 ook, enzovoort. Zodra je hiervan afwijkt, klinkt je gedicht meteen origineler.
Je kunt overwegen om in coupletten te schrijven. Maak het jezelf niet te moeilijk, gewoon steeds vier regels. Je rijmt dan bijvoorbeeld ‘abab’ (appelflap – chocola – druivensap – rijstevla). Of je probeert ‘abba’ (appelflap – chocola – rijstevla – druivensap). Of je laat alleen de tweede en de vierde regel rijmen.
Als je moeite hebt met het vinden van rijmwoorden, probeer dan eens een rijmwoordenboek. Online zijn verschillende rijmhulpen te vinden. Kies rijmwoorden waar lekker veel op rijmt, zodat je makkelijk een woord vindt dat je kunt gebruiken.
Naast het gewone ‘eindrijm’ bestaat er ook ‘beginrijm’: woorden die met dezelfde letter(s) beginnen.
Van pepernoot tot pakjesboot, van staf tot speculaas
Vier met ons het mooie feest, het feest van Sinterklaas!
In bovenstaande regels zie je niet alleen beginrijm en eindrijm, maar ook ‘binnenrijm’ (pepernoot – pakjesboot) en herhaling (mooie feest – feest van…). Probeer er eens mee te experimenteren. Het kan meewerken om je gedicht net weer een stukje beter te laten klinken.
Ritme
Wat ook goed helpt: zorg ervoor dat er ritme in je gedicht zit. Dat leest prettig voor en je gedicht knapt ervan op. Vind je dat moeilijk? Pak er dan eens een kinderboek-op-rijm bij.
In de boekjes van Nijntje Pluis rijmen steeds de tweede en de vierde regel en hebben de lettergrepen om en om een klemtoon. Dat kun je ook toepassen in je eigen gedicht:
Joris houdt van diksap
dat drinkt hij elke dag
hij wil geen thee of chocomel
dan raakt zijn maag van slag
Lukt het niet? Gebruik dan een bekende melodie of een liedje als basis. Als je het gedicht kunt ‘zingen’, zit je goed qua ritme:
Kijk daar komt Joris met zijn diksap weer aan
want thee, melk of koffie dat laat hij steeds staan.
Lengte
Wie heeft er gezegd dat een sinterklaasgedicht lang moet zijn? Liever acht ijzersterkte regels dan een ellenlang verhaal dat maar doorsuddert.
Houd je zinnen allemaal op ongeveer dezelfde lengte.
Toch een lang gedicht schrijven? Herhaal dan eens een couplet, als een refrein in een liedje.
Joris, drink iets anders joh,
je bent al achttien jaar!
Dat jij enkel diksap drinkt
dat vindt de Sint maar raar.
Extra tips
Natuurlijk mag je in een sinterklaasgedicht een beetje plagen, maar zorg ervoor dat het geen pesten wordt. Eindig je gedicht met iets vriendelijks.
Print je gedicht niet onmiddellijk uit, maar laat het een paar uurtjes liggen. Lees het dan nog eens hardop aan jezelf voor. Dan hoor je vanzelf wat er nog niet lekker klinkt, of wat misschien anders moet.
Je heet geen Vondel, Shakespeare of Drs.P. Je mag best een beetje smokkelen met je rijm of ritme, dat neemt niemand je kwalijk.
Wil het rijmen helemaal niet lukken? Rijm dan nadrukkelijk niet, maar beweer met een stalen gezicht dat je een ‘vrije versvorm’ hebt gebruikt.
Oogst bewonderende blikken en eeuwige roem voor jouw sinterklaasgedicht. Veel plezier op 5 december!
Lidewij